Hof Amsterdam 22 april 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM8208

Perceel landbouwgrond behoort niet tot verplicht ondernemingsvermogen. Geen vergoeding werkelijke proceskosten. Nu vaststaat dat perceel C op geen enkel moment is aangewend voor gebruik binnen de onderneming van belanghebbende, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat perceel C keuzevermogen vormde en dat belanghebbende dit perceel derhalve als privévermogen mocht aanmerken. Deze conclusie geldt ook indien belanghebbende perceel C heeft verworven met het oog op het bij een ruilverkaveling in eigendom verkrijgen van een deel van de gronden die hij destijds in zijn onderneming gebruikte, namelijk de percelen A en B. Ook dan geldt immers dat vaststaat dat perceel C nimmer is aangewend voor een zodanig gebruik binnen de onderneming van belanghebbende. Belanghebbende was evenmin verplicht om het toedelingsrecht dat door hem is verkregen bij de inbreng van perceel C in de ruilverkaveling als afzonderlijk te activeren vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen te rekenen. Het Hof ziet - anders dan de rechtbank - geen aanleiding voor vergoeding van de werkelijke proceskosten van belanghebbende.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen