Hof Amsterdam 27 april 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2914
Voor zover het appelschrift ziet op het handelen en nalaten van de kandidaat-notaris, zijn klagers niet ontvankelijk. Immers, in eerste aanleg is het thans aan de kandidaat-notaris verweten gedrag niet aan het oordeel van de kamer onderworpen geweest, terwijl in hoger beroep geen klachten voor het eerst aan het oordeel van de tuchtrechter kunnen worden onderworpen. Het hof is van oordeel dat de notaris niet anders kon doen dan de opdracht uitvoeren die hem was verstrekt door de gemeente Ridderkerk op basis van het vonnis van de voorzieningenrechter. Evenmin rust naar het oordeel van het hof op de notaris een plicht om met de rechthebbende op het te veilen vermogensbestanddeel vóór de veiling contact op te nemen teneinde de waarde daarvan te bespreken. De verwihzing van klagers naar de termijn van dertig treft geen doel nu het ging om een executie van een teboekgesteld schip. Artikel 570 lid 2 Rv sluit de toepasselijkheid van artikel 516 Rv uit en artikel 571 lid 1 Rv geeft een termijn van veertien dagen. Met betrekking tot de klacht dat er een verkeerd adres is vermeld oordeelt het hof dat nu klagers ter terechtzitting hebben aangegeven dat de […]straat te [plaatsnaam] niet bestaat, er nauwelijks of geen misverstand ontstaan kan zijn ten aanzien van het adres van de woonboot. Het hof bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl