Hof Amsterdam 9 maart 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7913

Het hof is van oordeel dat de notaris door de combinatie van haar voorzitterschap van de Raad van Commissarissen van de woningbouwvereniging met het als notaris verbonden zijn aan het kantoor dat als projectnotaris voor die woningbouwvereniging optreedt, in ieder geval de schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling heeft gewekt. Niet alleen heeft zij als voorzitter van de Raad van Commissarissen invloed op het wel of niet doorgaan van de verkoop van de woningen, maar doordat het kantoor waaraan zij als notaris is verbonden als behandelend notaris is aangewezen, heeft zij bij de verkoop van de woningen van de woningbouwvereniging ook een financieel belang. Dat zij niet als behandelend notaris optreedt, maakt dit niet anders. Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de geconstateerde onzorgvuldigheden dusdanig ernstig zijn dat aan de notaris de maatregel van berisping dient te worden opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen