Hof Amsterdam 16 februari 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BL5750

Het hof stelt voorop dat krachtens art. 24 lid 4 van de AVVE eventuele aanvullingen op - of afwijkingen van deze voorwaarden geoorloofd zijn, mits daarvan blijkt uit de bijzondere veilingvoorwaarden. Met de kamer is het hof van oordeel dat het op grond van de AVVE in combinatie met de bijzondere veilingvoorwaarden niet ongeoorloofd is om van de koper betaling van deze kosten te verlangen. De notaris was in beginsel niet gehouden om een nadere specificatie van haar declaratie te geven aangezien hier sprake is van een forfaitair bedrag conform de bijzondere veilingvoorwaarden. Aan de verplichtingen van art. 55 lid 1 Wna en van art. 10 lid 2 Verordening beroeps- en gedragsregels is voldaan, terwijl een overtreding van art. 10 lid 3 Verordening beroeps- en gedragsregels in deze feitenconstellatie niet aan de orde is, aangezien de opdracht tot dienstverlening reeds door de executant aan de notaris is verstrekt. Van bijzondere omstandigheden die in dit geval tot een ander oordeel zouden nopen is het hof niet gebleken. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kamer van toezicht, met verbetering van gronden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen