Hof Amsterdam 11 februari 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3972
Het Hof oordeelt, na verwijzing door de Hoge Raad, dat er sprake is van een schenking door de grootmoeder aan de moeder, onder de voorwaarde dat de moeder de schenking vrij van recht schenkt aan haar dochter. Dit betekent dat sprake is van een derdenbeding als bedoeld in artikel 6:253 van het Burgerlijk Wetboek. Door ondertekening van de overeenkomst heeft de dochter het derdenbeding aanvaard. De schenking valt hierdoor niet onder de vrijstelling van artikel 33, lid 1, onder 50, 2e volzin, van de Successiewet 1956 zoals belanghebbende betoogt, maar is naar het oordeel van het Hof belast naar het tarief voor schenkingen door grootouders aan kleinkinderen, dat in dit geval 8% beloopt.
De uitspraak op rechtspraak.nl