Hof Amsterdam 12 oktober 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK2857

De inspecteur mag bij het vaststellen van een aanslag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is hij tot een nader onderzoek gehouden, indien hij, na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte, aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen. De omstandigheid dat belanghebbende tot het jaar 2004 alleen loon uit dienstbetrekking aangaf en in het jaar 2004 daarnaast voor de eerste maal een (negatief) resultaat uit overige werkzaamheden aangaf, behoefde voor de inspecteur geen reden te zijn om te twijfelen aan de juistheid van enig bij de aangifte verstrekt gegeven, met name niet aan de juistheid van het aangegeven resultaat uit overige werkzaamheden. Ook overigens is geen omstandigheid gesteld of aannemelijk geworden op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat de inspecteur had moeten twijfelen aan de juistheid van de gegevens die belanghebbende bij zijn aangifte had verstrekt. De omstandigheid dat belanghebbende voor het invullen van zijn aangifte geen informatie inwon bij een fiscale deskundige of bij de Belastingtelefoon, komt voor zijn rekening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen