Hof Amsterdam 7 oktober 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK2855

Verontreinigingsheffing grondwaterlozing. Bewijslast bij schatting op grond van beleidsregels. Belanghebbende heeft in 2004 bij de aanbouw van zijn woonhuis door middel van bronbemaling grondwater opgepompt en geloosd op door het Hoogheemraadschap beheerd oppervlaktewater. In geschil is onder meer of het Hoogheemraadschap terecht een aanslag verontreinigingsheffing heeft opgelegd naar een geschat aantal vervuilingseenheden. Hof: op grond van de bij de vergunningverlening gestelde voorwaarden is het geloosde grondwater in 2004 weliswaar bemonsterd en geanalyseerd, maar niet op de voor de verontreinigingsheffing relevante stoffen. Daarom is de heffingsambtenaar op grond van art. 20, achtste lid, WVO bevoegd de aanslag vast te stellen naar een geschat aantal vervuilingseenheden. Aangezien belanghebbende de schatting betwist, kan de heffingsambtenaar niet volstaan met de enkele verwijzing naar de ‘Beleidsregels verontreinigingsheffing grondwaterlozingen’ van het Hoogheemraadschap, maar dient hij aannemelijk te maken dat hij de schatting niet te hoog heeft vastgesteld. In casu slaagt de heffingsambtenaar in het van hem verlangde bewijs.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen