Hof Amsterdam 20 augustus 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6176

De belasting als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de Successiewet 1956 is de belasting die betrekking heeft op de te conserveren waarde. Op grond van het bepaalde in artikel 35c valt deze weliswaar uiteen in een onbelast en een belast deel, maar nergens is voorgeschreven dat deze beide onderdelen van de te conserveren waarde in afzonderlijke aanslagen moeten worden neergelegd, laat staan dat beide grootheden in afzonderlijke aanslagbiljetten zouden moeten worden opgenomen. Er is geen reden om te kiezen voor een andere wijze van toerekening van belastinglatenties dan op basis van evenredigheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen