Hof Amsterdam 1 april 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1704
Aan BV X is een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd. Het Hof acht aannemelijk dat bij X BV andere personen hebben gewerkt dan de personen die bij haar in de loonadministratie geregistreerd staan. Uit de loonadministratie kan dan niet worden afgeleid wie voor belanghebbende gedurende welke tijd hebben gewerkt, aan wie loon is betaald en om welke bedragen het ging. Daarbij komt dat van de personen die wel in de administratie voorkwamen in een groot deel van de gevallen geen loonbelastingverklaringen en geen kopieën van identiteitsbewijzen zijn bewaard. Het Hof overweegt dat niet is voldaan aan de administratieplicht van artikel 52 van de AWR en dat voorts, gelet op de grootte van de niet aangegeven bedragen, niet de vereiste aangifte is gedaan. Het Hof beslist dat de bewijslast moet worden omgekeerd, dat de schatting van de inspecteur redelijk is en dat belanghebbende niet heeft overtuigend heeft aangetoond dat de naheffingsaanslag te hoog is.
De uitspraak op rechtspraak.nl