Hof Amsterdam 11 juni 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ0692

Belanghebbende verstrekt aan haar gedetacheerde werknemer een vaste kostenvergoeding van € 730 per maand, een deel van dit bedrag (€ 511) ziet op vergoeding van kosten voor maaltijden. De inspecteur legt naar aanleiding van een bij belanghebbende ingesteld boekenonderzoek een naheffingsaanslag loonbelasting op voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 terzake de verstrekte kostenvergoeding. De voorliggende vraag is of de verstrekte vaste kostenvergoeding, voor zover deze kostenvergoeding ziet op maaltijdkosten, als vrije vergoeding kan worden aangemerkt. Belanghebbendes beroept zich op passages uit het Handboeken loonheffingen 2005 en 2007. Het Hof oordeelt dat belanghebbendes beroep op vertrouwen dat bij haar zou zijn gewekt door de Handboeken loonheffingen 2005 en 2007 reeds faalt omdat de naheffingsaanslag betrekking heeft op eerdere jaren. Voorts oordeelt het Hof dat belanghebbende ook anderszins niet aannemelijk heeft gemaakt dat de maaltijden een meer dan bijkomstig zakelijk karakter hadden in de zin van artikel 15b, eerste lid, van de Wet LB.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen