Hof Amsterdam 20 april 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BI3399
Aard van de prestatie: Gelet op hetgeen partijen over en weer hebben gesteld, onderschrijft het Hof het oordeel van de rechtbank, dat in casu twee diensten, elk met hun eigen kenmerkende elementen zijn te onderscheiden, te weten een dienst bestaande uit het gelegenheid geven tot kamperen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden, en een dienst bestaande uit het verhuren van ligplaatsen. Boete: Het Hof is van oordeel dat belanghebbende kan worden verweten dat zij na de stopzetting van de toezending van aangiften voor de omzetbelasting passief is gebleven, nu zij sinds 1994 ondernemer voor de inkomstenbelasting en voor de omzetbelasting was. In de activiteiten van belanghebbende is in het jaar 2000 geen wijziging gekomen, en zij was zich, naar zij ter zitting van de rechtbank heeft verklaard, ervan bewust dat zij in 2000, 2001 en 2002 ondernemer voor de omzetbelasting was. Nu zij voorts zelf de inspecteur op het verkeerde spoor heeft gezet door ten onrechte te laten weten dat zij haar activiteiten had gestaakt, moet worden geoordeeld dat zij, door niet te reageren op het uitblijven van de toezending van aangiftebiljetten, en in het geheel geen omzetbelasting meer te voldoen, dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat het aan haar grove schuld te wijten is dat te weinig belasting is betaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl