Hof Amsterdam 6 maart 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BH6969

1. Kapitaalsbelasting. Een N.V. is statutair gevestigd in Nederland en feitelijk in Zwitserland. Zij is ter zake van kapitaalstortingen in contanten kapitaalsbelasting verschuldigd op grond van art. 33 Wet BRV. Het Hof beslist dat het tussen Nederland en Zwitserland gesloten Vriendschapsverdrag daaraan niet in de weg staat. Voorts verkrijgt de N.V. tegen uitgifte van aandelen het gehele vermogen van een vennootschap die statutair is gevestigd op de Nederlandse Antillen. Het Hof beslist dat die vennootschap ten tijde van de inbreng ook feitelijk op de Antillen en niet in Zwitserland was gevestigd. Het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en Zwitserland is dus niet van toepassing. De Belastingregeling voor het Koninkrijk geeft in een dergelijk geval geen aanspraak op vrijstelling van kapitaalsbelasting. 2. Het Hof behandelt gelijktijdig een hoger beroep en een beroep in eerste aanleg. In het hoger beroep beslist het Hof dat de rechtbank in eerste aanleg onbevoegd was, maar verklaart het die onbevoegdheid voor gedekt. Om dezelfde redenen gaat het Hof voorbij aan het feit dat het onbevoegd is om kennis te nemen van het in eerste aanleg bij het Hof ingediende beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen