Hof Amsterdam 22 april 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF7262

Naar het oordeel van het hof is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van [geïntimeerde] jegens Mitros, die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. In het bijzonder heeft [geïntimeerde] - zo volgt uit rechtsoverweging 4.3 - in strijd gehandeld met artikel 7:214 BW, waarin is bepaald dat een huurder slechts bevoegd is tot het gebruik van de zaak dat is overeengekomen, met de in de huurovereenkomst opgenomen bepaling dat het gehuurde uitsluitend bestemd is om te worden gebruikt als woonruimte en voorts met de wettelijke verplichting van artikel 7:213 BW zich te gedragen als goed huurder. In dat verband overweegt het hof dat [geïntimeerde] niet heeft bestreden dat de ijkzegels van de elektriciteitsmeter waren verbroken en dat een grijze kabel op een dusdanige manier was aangesloten dat de afgenomen elektriciteit niet werd gemeten, waarmee is komen vast te staan dat wijzigingen zijn aangebracht aan de elektrische installatie. Daardoor voldeed deze niet langer aan de geldende veiligheidsvoorschriften, omdat de reguliere bekabeling, aangebracht door Eneco, daar niet op is berekend, met het algemeen bekende gevaar voor brand en schade aan het gehuurde en voor personen van dien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen