Hof Amsterdam 16 september 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF2211

Het hof zal de klachtonderdelen zoals genoemd in 4.3., 4.4. en 4.6. gezamenlijk behandelen, aangezien deze klachtonderdelen betrekking hebben op de brief van 27 maart 2006 en in het verlengde daarvan op de brief van 18 oktober 2006. Het hof is van oordeel dat ook deze klachtonderdelen doel treffen. Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft onvoldoende openheid van zaken gegeven door de illusie te wekken dat er een eerste afdracht zou plaats vinden. Hieruit kon de conclusie worden getrokken dat het beslag kleefde. Bovendien wekte de tekst van de brief de indruk dat niet zeker was dat de debiteur onder beschermingsbewind stond, terwijl de gerechtsdeurwaarder sub 1 op de hoogte was van de beschikking van de kantonrechter inzake het beschermingsbewind, uitgesproken op 27 juni 1997. Bovendien is de gerechtsdeurwaarder sub 1 afgegaan op de enkele mededeling van een administratiekantoor dat het bedrijf van de werkgever van de debiteur in andere handen was overgegaan. Uit het verhandelde ter terechtzitting en uit de stukken is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder sub 1 zich te veel heeft laten leiden door de berichtgeving van andere instanties zoals [naam] en VKB in plaats van – zoals uit een behoorlijke taakuitoefening van een gerechtsdeurwaarder voortvloeit – zelfstandig de zaak te onderzoeken. Dit kan hem worden verweten; de gerechtsdeurwaarder diende zich kritischer op te stellen. Deze klachtonderdelen zijn gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen