Hof Amsterdam 16 september 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF2207
Het hof acht de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar. Aan die laakbaarheid doet niet af dat de gerechtsdeurwaarder heeft gemeend dat hij vanwege zijn lidmaatschap van de kamer niet behoefde te voldoen aan de opleidingseisen. Juist van een lid van de kamer mag worden verwacht dat deze zich zelf nauwgezet aan de voor het ambt geldende regels houdt. Het hof acht de overtreding dermate ernstig dat de maatregelen van berisping en een geldboete passend en geboden zijn. Het hof zal de hoogte van de boete bepalen op € 200,= per niet behaald punt.
De uitspraak op rechtspraak.nl