Hof Amsterdam 25 maart 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9237

De onderhavige kredietovereenkomst betreft echter niet dergelijke, niet of minder goed door de consument in te schatten risico’s. Het gaat bij de overeenkomst om een kredietsom van een bepaald bedrag en om duidelijke, in beginsel vaste maandelijkse betalingsverplichtingen, die – gezien de variabale rente – alleen kunnen wisselen binnen de marge van de maximumkredietvergoeding. De kredietnemers wisten vanaf het begin welke betalingsverbintenissen zij aangingen. Ook daarom is voor een zorgplicht van een aard en omvang als door de kredietnemers gesteld in dit geval geen plaats. In de toelichting op deze grieven doen de kredietnemers voorts een beroep op dwaling, omdat zij onvoldoende de risico’s die aan de overeenkomst zijn verbonden hebben onderkend en de kredietgeefster, zoals hij gehouden was te doen, van die risico’s geen mededeling heeft gedaan. Voor zover aan dat betoog niet reeds voorbij moet worden gegaan omdat niet gesteld wordt op welke risico’s daarbij wordt gedoeld, moet het falen aangezien met die mededelingsplicht kennelijk niet anders wordt bedoeld dan de hiervoor besproken zorgplicht, die in de door de kredietnemers gestelde aard en omvang niet door het hof wordt aanvaard. Voor zover daarbij wordt gedoeld op het risico dat het geleende bedrag, tezamen met de verschuldigde kredietvergoeding, door de overeengekomen maandelijkse betalingen moet worden voldaan, komt het het hof onjuist voor om van risico’s te spreken, waar het van te voren – ook qua omvang - duidelijk omschreven verbintenissen van de kredietnemers gaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen