Hof Amsterdam 25 maart 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9168

Het hof is van oordeel dat artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag een vreemdeling niet van strafvervolging vrijwaart indien bij binnenkomst in Nederland op hem de verdenking rust van een commuun strafbaar feit, gepleegd op Nederlands grondgebied, al dan niet in verband met die binnenkomst gepleegd. Voornoemd verdragsartikel mist toepassing nu verdachte geen onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf in de zin van bedoeld artikel wordt verweten, doch het bezit van een vervalst paspoort, terwijl verdachte ook overigens zich niet overeenkomstig de eis van hetzelfde artikel onverwijld bij de Nederlandse autoriteiten heeft gemeld, en met gebruikmaking van het vervalste paspoort Nederland binnen wilde komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen