Hof Amsterdam 4 april 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC8840
Stichting X is een toegelaten instelling als bedoeld in art. 70 Woningwet (Ww) en daarmee een sociale verhuurder als bedoeld in het Besluit woninggebonden subsidies 1995 (BWS 1995). Zij heeft in 2002, 2003 en 2004 bouw- en sloopvergunningen aangevraagd die verband houden met het treffen van voorzieningen aan woningen als omschreven in art. 74 van de Ww. In geschil is of belanghebbende recht heeft op vrijstelling van legesheffing op grond van art. 88 van de Ww juncto art. 34 BWS 1995 dan wel enig rechtsbeginsel. Het Hof oordeelt dat, nu art. 74 van de Ww met ingang van 1 januari 1998 is vervallen, geen stukken meer kunnen worden opgemaakt ter uitvoering van dat artikel en dat de legesvrijstelling die daarop betrekking heeft derhalve niet meer kan worden toegepast. De omstandigheid dat het BWS 1995 na 1 januari 2000 nog een aantal malen is gewijzigd doet aan dit oordeel niet af, omdat deze wijzigingen kunnen worden verklaard uit de omstandigheid dat de legesvrijstelling voor andere gevallen is blijven gelden. Het Hof verwerpt belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Aan belanghebbende kan weliswaar worden toegegeven dat de afschaffing van de legesvrijstelling zeer onduidelijk is verlopen maar deze omstandigheid kan de tekst van de van belang zijnde wettelijke bepalingen en het rechterlijke toetsingsverbod niet opzij zetten. Beanghebbendes hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl