Hof Amsterdam 17 januari 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC2859
Het hof is van oordeel dat genoemd artikel 6 aldus gelezen en begrepen dient te worden dat de notaris verantwoordelijk is voor juiste en tijdige betalingen en er dan ook voor dient te zorgen dat de betalingsorganisatie van het kantoor zodanig is ingericht dat in beginsel de notaris zelf de betalingsopdrachten doet uitgaan, hetzij doordat hij deze voorziet van zijn handtekening hetzij door toepassing van de uitsluitend aan hem ter beschikking staande code voor het verstrekken van elektronische betalingsopdrachten hetzij anderszins door de notaris in persoon. Hierbij moet in acht worden genomen dat, ingeval om praktische redenen aan anderen binnen het notariskantoor de bevoegdheid wordt verleend om betalingen tot stand te brengen, deze bevoegdheid in geen geval mag berusten bij degene die is belast met de financiële administratie van het kantoor zolang deze die bevoegdheid zelfstandig kan uitoefenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl