Hof Amsterdam 12 december 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4176

In belanghebbende zijn langlopende schuldvorderingen op een groepsvennootschap ingebracht. Belanghebbende heeft een beroep gedaan op de vrijstelling van art. 37, tweede lid, aanhef en onderdeel c, WetBvR. Eén van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat bedrijfsmiddelen zijn ingebracht. Het Hof oordeelt - evenals de Rechtbank - dat de schuldvorderingen niet als bedrijfsmiddel zijn te beschouwen. Anders dan de rechtbank acht het Hof het standpunt van belanghebbende dat de schuldvorderingen bedrijfsmiddel zijn wel pleitbaar. De boetebeschikking wordt vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen