Hof Amsterdam 18 december 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1862
17.600.000 sigaretten worden ontvreemd uit containers op een opslagterrein. Belanghebbende heeft de aankomst van de containers alsmede hun nummers en de gegevens van de boot waarop zij werden geladen doorgegeven aan twee anderen. Dezen hebben met gebruik van deze gegevens de containers van het opslagterrein afgevoerd. Belanghebbende stelt o.a. geen schuldenaar van de ontstane douaneschuld te zijn, omdat hij zelf geen goederen aan het douanetoezicht heeft onttrokken in de zin van artikel 203 van het CDW. Belanghebbendes beroep wordt verworpen. Naar het oordeel van de Douanekamer zijn de sigaretten afgevoerd zonder het verrichten van de daarvoor geldende douanerechtelijke formaliteiten, met als gevolg dat de douane de toegang tot en de controle op de sigaretten is verloren. Gelet op de arresten van het Hof van Justitie van 1 februari 2001, Wandel, C-66/99 en van 12 februari 2004, Hamann, C-337/01, zijn de sigaretten in Nederland aan het douanetoezicht onttrokken in de zin van artikel 203, eerste lid, van het CDW. Belanghebbende wist of had redelijkerwijs moeten weten dat het goederen betrof die aan het douanetoezicht werden onttrokken en is terecht als schuldenaar aangemerkt..
De uitspraak op rechtspraak.nl