Hof Amsterdam 25 oktober 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6703

Het hof is van oordeel dat het de gerechtsdeurwaarder niet valt te verwijten dat hij de zoons van klager niet heeft benaderd om hen te bewegen hun medewerking te verlenen aan de opheffing van het beslag op de woning van klager, nu zoals klager zelf had aangegeven de situatie met zijn zoons precair was en het ook hierom welkom zou zijn indien er een manier zou zijn om hen er niet in te betrekken. Het klachtonderdeel is ongegrond. Het klachtonderdeel met betrekking tot de sluiting van het dossier is eveneens ongegrond. De opdracht van de gerechtsdeurwaarder is met het overlijden van de opdrachtgeefster geëindigd. Niet is gebleken dat de zoons een vervolgopdracht hebben gegeven tot inning van de achterstallige gelden, derhalve kon het dossier worden gesloten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen