Hof Amsterdam 25 oktober 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6696

Het standpunt van de notaris dat hij tussentijds niet zou kunnen uitkeren in verband met de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap door de Stichting vindt geen steun in het recht, zodat er in de onderhavige nalatenschap geen reden was om niet tot enige uitkering over te gaan. Door het handelen van de notaris zijn zowel de Stichting als de klager sub 2c ernstig in verlegenheid gebracht. De notaris had dat moeten onderkennen. Daar komt bij dat de notaris zich tevens had dienen te realiseren dat hij door aldus te handelen gedurende geruime tijd de tenuitvoerlegging van erflaatsters uiterste wil heeft belet, in strijd met het vertrouwen dat de erflaatster in de uitvoering daarvan door hem mocht hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen