Hof Amsterdam 13 juli 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BB2447
Verdachte en zijn medeverdachten hebben tezamen met het investeringsvehikel Oxbridge gedurende een aantal jaren deelgenomen aan een samenwerkingsverband gericht op het systematisch en uiterst professioneel plegen van (fiscale) delicten en niet-ambtelijke omkoping. Door deelnemers aan dit samenwerkingsverband werden transacties verricht in winstvennootschappen en immateriële activa vanwege de beoogde fiscale consequenties, die gunstig waren indien de materiële belastingschuld van de winstvennootschappen zou wegvallen en de gereserveerde liquide middelen zouden vrijkomen. De fiscale verplichtingen van vennootschappen binnen de Oxbridge-groep werden gereduceerd middels het in de onderscheidene Vpb-aangiften opvoeren van substantiële lasten betreffende immateriële activa waarvan de omvang geheel of grotendeels was gefingeerd. De onjuiste Vpb-aangifte was een noodzakelijk middel tot het bereiken van het doel: het repeterend verkrijgen van de liquide middelen van een winstvennootschap. De aldus verkregen gelden werden verdeeld over de deelnemers die dientengevolge aanmerkelijk financieel voordeel hebben genoten.
De uitspraak op rechtspraak.nl