Hof Amsterdam 12 juni 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8915
Het hoger beroep van de inspecteur wordt (inhoudelijk) opnieuw verworpen. De rechtbank oordeelde dat het een verschoonbare vergissing van belanghebbende betrof, vervolgens is ook de Douanekamer van oordeel dat belanghebbende bij haar verzoeken om terugbetaling in wezen een beroep op herziening als bedoeld in artikel 78, lid 1 van het CDW heeft gedaan nu zij in de bij de verzoeken gevoegde brieven uitdrukkelijk - en naar ter zitting is komen vast te staan - onder overlegging van de facturen van C aan B heeft gesteld abusievelijk de facturen van B aan J te hebben overgelegd. De Douanekamer is daarom van oordeel dat de inspecteur de verzoeken om terugbetaling had moeten aanmerken als verzoeken om herziening in de zin van artikel 78, lid 1 van het CDW. Gelet op het Overland Footwear Ltd-arrest, C-468/03, had de inspecteur tot herziening - dat wil zeggen tot het opnieuw onderzoeken - van de aangiften moeten overgaan. Belanghebbende heeft bewezen dat zij bij bij het doen van de douaneaangiften bij vergissing de facturen van B aan J heeft gehanteerd en maakt terecht aanspraak op terugbetaling. Hoger beroep gegrond (wat betreft de hoogte van het bedrag van de terugbetaling).
De uitspraak op rechtspraak.nl