Hof Amsterdam 5 juni 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA7301

BAM Wegen heeft eind 2005/begin 2006 met de vakbonden onderhandeld om te komen tot een van artikel 15 van de CAO afwijkende regeling voor de opvang van de discontinuïteit binnen haar onderneming. Nadat deze onderhandelingen waren vastgelopen, heeft BAM Wegen in overleg met en na instemming van haar Ondernemingsraad de Raamwerkregeling binnen haar onderneming vastgesteld. Deze regeling is, zoals het hof hiervoor heeft overwogen, in strijd met artikel 15 en 16 van de CAO. Op grond van de hiervoor geschetste gang van zaken zijn de vakbonden ten onrechte buiten spel gezet en waren zij genoodzaakt door rechterlijke tussenkomst naleving van de CAO af te dwingen. Gelet hierop hebben de vakbonden voldoende aannemelijk gemaakt dat zij immateriële schade hebben geleden, bestaande uit het verlies van vertrouwen en prestige bij haar leden en de aantasting van haar werfkracht ten aanzien van het aantrekken van nieuwe leden. De vakbonden hebben daarmee hun vordering voldoende toegelicht, terwijl de aard van deze schade, gelet op artikel 16 WCAO, meebrengt dat deze naar billijkheid door de rechter wordt vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen