Hof Amsterdam 2 februari 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BA0303

Wegens overtreding van een groot aantal voorschriften van de voor hen geldende milieuvergunning heeft de rechtbank te Alkmaar verdachte en de bedrijven A en B alle veroordeeld tot een geldboete van 25.000 euro. Zowel de veroordeelde bedrijven als het Openbaar Ministerie zijn tegen die vonnissen in beroep gekomen. Het hof heeft de drie verdachten veroordeeld tot een geldboete van 50.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De advocaat-generaal had in hoger beroep een geheel voorwaardelijke geldboete van 250.000 euro geëist. Het hof heeft de verdachten om uiteenlopende redenen, die vooral betrekking hebben op de uitleg van de bepalingen van de vergunningen, voor een aantal van de tenlastegelegde overtredingen vrijgesproken. Ook is op een aantal onderdelen vrijspraak gevolgd omdat de bedrijven mochten afwijken van de strikte uitleg van de vergunning doordat zij daarbij zijn afgegaan op de andersluidende visie van enkele milieuambtenaren. Toch resteert een vrij groot aantal overtredingen waarvoor wel veroordeling is gevolgd. In de motivering van de straf heeft het hof benadrukt dat van deze gespecialiseerde bedrijven mag worden verwacht dat zij zich strikt aan de vergunningsvoorschriften houden maar dat zij daarbij een zekere nonchalance hebben betracht. Daardoor ontstond een gevaarzettende situatie. Maar de beeldvorming die bij de behandeling in eerste aanleg kon ontstaan waar onder andere sprake was van “Oost-Europese toestanden” en van het mogelijk bestaan van stralingsgevaar, is volgens het hof een onjuiste voorstelling van zaken; het onderzoek heeft zich niet uitgestrekt tot het meten van eventueel stralingsgevaar. Ook heeft het hof laten meewegen dat de verdachten in het contact met de overheid onvoldoende en niet frequent genoeg werden ondersteund. De raadslieden hebben verzocht het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren in haar vervolging omdat het op hetzelfde terrein gevestigde [bedrijf C], ondanks een bevel daartoe van het gerechtshof te Amsterdam niet strafrechtelijk is vervolgd voor soortgelijke overtredingen. Het hof heeft dat verzoek afgewezen omdat er geen reden is te veronderstellen dat die vervolging van [bedrijf C] niet wordt geëffectueerd nadat de beslissing van de Hoge Raad op het lopende beroep in cassatie in het belang der wet zal zijn genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen