Hof Amsterdam 21 december 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:BA6607

Naar het oordeel van de douanekamer van het Hof Amsterdam heeft belanghebbende bewezen dat de (meeste van de) door haar ingevoerde boter daadwerkelijk van oorsprong uit Estland was. Ondanks de omstandigheid dat de certificaten als “onjuist” moeten worden aangemerkt op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie, wordt zij derhalve beschermd door artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW. De uitnodigingen tot betaling moeten mitsdien (grotendeels) vernietigd worden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen