Hof Amsterdam 15 juni 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9328
Een douane-expediteur doet aangifte tot plaatsing van goederen onder de regeling extern communautair douanevervoer. Het vijfde exemplaar van het document T1 wordt niet terugontvangen. De inspecteur reikt een uitnodiging tot betaling voor douanerechten en omzetbelasting uit en legt een bestuurlijke boete op van € 90. Belanghebbende stelt dat is aangetoond dat de betreffende goederen hun bestemming hebben bereikt en dat daarom het document T1 materieel wel is gezuiverd. Belanghebbendes beroep wordt verworpen. Naar het oordeel van de Douanekamer zijn de goederen onttrokken aan het douanetoezicht en is een douaneschuld ontstaan. Het is aannemelijk dat de onttrekking in Nederland heeft plaatsgevonden. Dit brengt voor de heffing van omzetbelasting mee dat zich het belastbare feit invoer als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet OB heeft voorgedaan. Ook de omzetbelasting is terecht geheven. Daarnaast acht de Douanekamer de opgelegde boete passend en geboden. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl