Hof Amsterdam 10 februari 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AV1477
Gelet op de motivering van de burgmeester van de gemeente Amsterdam van het aanwijzingsbesluit van 26 juni 2003 in samenhang met de toelichting daarop in diens brief van 10 oktober 2005, komt het hof de (hiernieuwde) aanwijzing van het veiligheidsrisicogebied (groot gedeelte van de Amsterdamse binnenstad) alsmede de omvang en de tijdsduur daarvan, niet onredelijk voor. De door de officier van justitie gegeven motivering van het bevel tot het houden van een preventieve fouilleringsactie in het door de burgemeester aangewezen veilighiedsrisicogebied, in samenhang met het ten behoeve daarvan opgemaakte sfeerproces-verbaal en de daarin genoemde concrete statistische gegevens, leveren naar het oordeel van het hof feiten en omstandigheden op die de noodzaak van de uit het bevel voortvloeiende bevoegdheden voldoende onderbouwen en de op 3 oktober 2003 gehouden preventieve fouilleringsactie kunnen rechtvaardigen. .
De uitspraak op rechtspraak.nl