Hof Amsterdam 20 oktober 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AU5268

De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting beaamd - daar naar gevraagd - dat de feitelijke vaststelling van de kamer zoals weergegeven in rubriek 6.3. van de beslissing van de kamer van 21 december 2004, juist is. Hieruit volgt onmiskenbaar dat er sprake is van verwevenheid tussen de ambtelijke praktijk van de gerechtsdeurwaarder en de praktijk van [naam], waardoor bij klager verwarring kon ontstaan over de vraag in welke hoedanigheid de gerechtsdeurwaarder zijn werkzaamheden verricht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen