Hof Amsterdam 15 juli 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9923
De opsporingsambtenaren van de spoorwegpolitie hebben niet op grond van artikel 7 ARV de bevoegdheid tot het uitvaardigen van verwijderingsbevelen. De onderhavige constructie, waarin die bevoegdheid op grond van mandaat is uitgeoefend, impliceert dat het verwijderingsbevel namens de NS als particuliere rechtspersoon is gegeven, zodat de spoorwegpolitie in zoverre als verlengde arm van de NS heeft gehandeld en niet op basis van een haar qualitate qua toegekende bevoegdheid. Hieruit volgt dat het onderhavige verwijderingsbevel niet geacht kan worden te zijn gegeven door een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl