Hof Amsterdam 18 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS8276
De Douanekamer verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak te doen over de volgende vragen: 1. Dient ten aanzien van veredelingsgoederen als de onderhavige, die worden beschouwd in het vrije verkeer te zijn gebracht, de douaneschuld te worden vastgesteld aan de hand van de in artikel 122, onderdeel c, CDW bedoelde heffingsgrondslagen, ook indien de belanghebbende geen voorafgaand en uitdrukkelijk verzoek daartoe heeft gedaan ? 2. Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, dient dan een achteraf - na de mededeling van het uit de douaneschuld voortvloeiende bedrag aan rechten, dat is berekend aan de hand van de heffingsgrondslagen, bedoeld in artikel 121, lid 1, CDW - in het kader van een verzoek om terugbetaling op grond van artikel 236 CDW gedaan verzoek om (her)berekening van het bedrag van de douaneschuld aan de hand van de heffingsgrondslagen, bedoeld in artikel 122, onderdeel c, CDW te worden ingewilligd ? De Douanekamer houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie uitspraak zal hebben gedaan over deze vragen. .
De uitspraak op rechtspraak.nl