Hof Amsterdam 10 februari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS5761

De raadsman heeft aangevoerd, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging wegens schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM en wegens de vervolgingsuitsluitingsgrond (una via- ne bis in idem-beginsel) van artikel 17a, lid 4 CSV. Overschrijding van de redelijke termijn wordt door het Hof wel aangenomen, doch de geconstateerde overschrijding leidt niet tot niet ontvankelijkheid, het tweede verweer slaagt grotendeels.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen