Hof Amsterdam 18 januari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS4222

Belanghebbende heeft voor het vervoer van goederen vanuit haar ruimte voor tijdelijke opslag op Schiphol naar haar 300 meter verderop gelegen entrepot, 1170 colli goederen onder de regeling extern communautair douanevervoer gebracht. Bij het afbreken van de pallets heeft belanghebbende een tekort van 23 colli geconstateerd en daarvan melding gedaan aan de douane. De inspecteur heeft ter zake de niet-zuivering van het T1 document aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling van douanerechten en omzetbelasting uitgereikt alsmede een boetebeschikking. De Douanekamer oordeelt dat nu belanghebbende niet heeft aangetoond dat de ontbrekende 23 colli niet onder de regeling extern communautair douanevervoer zijn geplaatst, zij gelet op artikel 203, derde lid, vierde gedachtestreepje, CDW terecht als douaneschuldenaar is aangemerkt. Wat betreft de omzetbelasting is volgens de Douanekamer op grond van artikel 22 juncto 18 van de Wet OB eveneens het gelijk aan de inspecteur. Gelet op de omstandigheden dat belanghebbende het vermis onmiddellijk aan de douane heeft gemeld, en dat de thans gevolgde handelwijze zowel in het belang van de douane als de aangever is, vernietigt de Douanekamer de boetebeschikking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen