Hof Amsterdam 6 januari 2005, ECLI:NL:GHAMS:2005:AS1899

Het hof is van oordeel dat in onderhavige zaak als uitgangspunt geld dat de rechthebbende op het gestorte bedrag – in het midden kan blijven of dat in dit geval de koper of diens financier was – te allen tijde recht had op uitkering daarvan, tenzij partijen ter zake een andere regeling hadden getroffen. In het onderhavige geval had de notaris van de betrokken partijen onvoldoende aanknopingspunten gekregen om aan te moeten nemen dat de koper of diens financier niet zonder de toestemming van klaagster over het bedrag mochten beschikken. Het had op de weg van klaagster gelegen om de notaris daarover – voldoende duidelijk – in te lichten indien dat anders was. Klaagster heeft dat nagelaten. Weliswaar had de notaris naar aanleiding van het verzoek tot terugstorting op dat punt nader onderzoek kunnen doen en minder voortvarend tot terugstorting kunnen overgaan, maar het hof acht het in de gegeven omstandigheden niet laakbaar dat hij dat niet heeft gedaan, daargelaten dat het standpunt van alleen klaagster dat het bedrag niet zonder haar toestemming mocht worden teruggestort niet zonder meer zou hebben meegebracht dat de notaris aan het verzoek van de koper of diens financier geen gehoor had behoeven te geven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen