Hof Amsterdam 26 oktober 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AU2361
Het hof verwerpt het verweer dat niet bewezen kan worden dat het bevel is gegeven door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. In het eerste lid van artikel 7 van het ARV is bepaald dat door of vanwege de spoorwegen aanwijzingen kunnen worden gegeven betreffende de orde, rust, veiligheid en goede bedrijfsgang. In het tweede lid is bepaald dat een aanwijzing om zich te verwijderen, kan worden gegeven voor een bepaalde tijdsduur. Aan de algemene opsporingsambtenaren van het Korps Landelijke Politie Diensten, Dienst Spoorwegpolitie en personeel van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland is de bevoegdheid gegeven om aan personen die zich zodanig gedragen dat de orde en de rust wordt verstoord of kan worden verstoord, aanwijzingen te geven als bedoeld in artikel 7 van het ARV. Ondanks een verwijderingsbevel heeft de verdachte zich opgehouden in het in de bijlage bij het bevel aangegeven gebied. Door dusdanig te handelen heeft de verdachte niet voldaan aan het krachtens artikel 7 van het ARV door de opsporingsambtenaar namens de spoorwegen gegeven bevel.
De uitspraak op rechtspraak.nl