Hof Amsterdam 13 juli 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ3766

Nu geen vergunning bijzondere bestemmingen en controleformulieren T5 zijn overgelegd bij de litigieuze aangiften, is de grond aan de door belanghebbende aangegeven goederencode 8401 11 00 30 komen te ontvallen, en is daardoor een lager bedrag aan douanerechten geboekt dan het wettelijk verschuldigde bedrag. Op grond van artikel 220, eerste lid, van het CDW dienen de niet geheven douanerechten te worden nagevorderd, tenzij navordering op grond van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW achterwege dient te blijven. Het niet tijdig verwerken van de wijzigingen van verordening (EG) nr. 1255/96 met ingang van 1 januari 1998 in het geautomatiseerde Sagitta-systeem heeft ertoe geleid dat de behandelende ambtenaren niet aanstonds hebben onderkend dat voor de invoer onder goederencode 8401 11 00 30 een vergunning bijzondere bestemmingen vereist was en dat met een controleformulier T5 het bereiken van de bestemming moest worden aangetoond. Op grond hiervan is de Douanekamer van oordeel dat het een vergissing was van de bevoegde douaneautoriteiten in de zin van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW, dat geen heffing is toegepast op goederen waarvoor niet de vereiste vergunning was verleend. De vraag is vervolgens of belanghebbende die vergissing redelijkerwijs had kunnen ontdekken. De Douanekamer beantwoordt deze vraag bevestigend. Gelet op hetgeen sub 2.8. tot en met 2.10 is vermeld en de inspecteur dienaangaande gemotiveerd heeft gesteld, acht de Douanekamer aannemelijk dat belanghebbende douane-expediteur en professioneel marktdeelnemer is. Van haar mag redelijkerwijs worden verwacht dat zij zich vergewist van het gemeenschapsrecht dat op haar transacties van toepassing is, en dat zij op de hoogte is van de betekenis van een voetnoot op een post van het GDT; dit recht is vanaf de datum van bekendmaking in het Publicatieblad het enig positieve recht ter zake, dat iedereen geacht wordt te kennen (HvJ 12 juli 1989, nr. 161/88 (Binder), Jur. blz. 2415, UTC 1992/6*; HvJ 28 juni 1990, nr. C-80/89 (Behn), Jur. blz. 2659, UTC 1992/54*; Gerecht van eerste aanleg 17 september 2003, T-309/01 en T-239/02 (Peter Biegi Nahrungsmittel GmbH); belanghebbende had dus een vergissing als in casu aan de hand van het Publicatieblad eenvoudig kunnen ontdekken. Aan dit oordeel doet niet af dat belanghebbende Switch Custom Brokers B.V. als direct vertegenwoordiger heeft ingeschakeld voor het doen van de onderhavige aangiften. Het argument van belanghebbende dat het niet-raadplegen van het Publicatieblad in ieder geval verontschuldigbaar was, omdat de betreffende ambtenaar zowel vóór als na de betrokken invoer onjuiste telefonische mededelingen zou hebben verstrekt aan de importeur van de goederen, waardoor deze zich een verkeerde voorstelling zou hebben gemaakt van het gemeenschapsrecht op dit punt, moet worden verworpen. Deze omstandigheid kan belanghebbende niet ontslaan van de op haar rustende verplichting de relevante teksten die in het Publicatieblad worden bekendgemaakt zorgvuldig te raadplegen, en om, in geval van twijfel over de betekenis ervan, alle mogelijke opheldering te zoeken om te controleren of deze twijfel al dan niet gerechtvaardigd is. Omtrent de aard en de precieze inhoud van de telefonische mededelingen door de ambtenaar is overigens niets komen vast te staan. Niet is gebleken dat door hem mededelingen zijn verstrekt dat de goederen - ook zonder de aanwezigheid van de vereiste vergunning - konden worden ingedeeld in de aangegeven tariefpost. Douanerechten hebben een exclusieve Europeesrechtelijke grondslag. De voorwaarden waaronder van deze rechten moet worden afgezien zijn limitatief opgesomd in artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW. Reeds hierom dient de sub 4.2. omschreven grief te worden verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen