Hof Amsterdam 25 maart 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AP4303

In geding is de vraag of de boeten wegens het niet tijdig vervullen van de formaliteiten ter beindiging van de regeling communautair douanevervoer terecht zijn opgelegd. Belanghebbende, in bezit van een vergunning toegelaten geadresseerde, heeft de goederen met de daarbij behorende documenten in haar bedrijfsruimte in ontvangst genomen. Vaststaat dat de documenten en de geleidelijsten later zijn ingeleverd dan in de vergunning was voorgeschreven. De Douanekamer oordeelt dat de in de onderhavige zaak de regelingen voor communautair douanevervoer reeds waren beeindigd toen de goederen en de documenten bij belanghebbende werden afgeleverd en derhalve voordat de documenten aan de douane waren aangeboden. Aan de voorwaarden voor het opleggen van een boete op grond van artikel 38, lid 1, van de Douanewet is derhalve niet voldaan. Het beroep wordt gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen