Hof Amsterdam 29 maart 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AO6964
Bewezen is geacht (1) opzettelijke belediging van de vermoedelijke opvolger van de Koning en (2) een geschrift tentoonstellen waarin een belediging voorkomt voor de vermoedelijke opvolger van de Koning, terwijl hij weet dat in dit geschrift zodanige belediging voorkomt. Dat de verdachte daarbij in beledigende zin is 'doorgeschoten' met de door hem gebruikte bewoordingen, gebeurde - naar aldus aannemelijk is geworden - onder invloed van een zodanige psychische drang dat hij daaraan redelijkerwijs geen weerstand heeft kunnen bieden. Dat de verdachte in de ontstane stress-situatie voor deze pressie is gezwicht, is dan ook vergeeflijk te achten. Derhalve slaagt het verweer, ontvalt aan het bewezengeachte de verwijtbaarheid/schuld en wordt de verdachte ter zake ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl