Hof Amsterdam 12 februari 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AO3822

Indicatie van de inhoud Het had in dit geval op de weg van de notaris gelegen om klager er vóór de verkoop uitdrukkelijk op te wijzen dat de koper van de pastorie op grond van de verkoopvoorwaarden aanspraak kon maken op ontruimde oplevering uiterlijk op 28 juni 2002. De notaris had zich er van dienen te overtuigen dat het klager, en zijn echtgenote, wier toestemming had moeten worden gevraagd voor de beëindiging van het huurcontract, geheel duidelijk was dat die ontruiming geen verband hield met het al dan niet gebouwd en opgeleverd zijn van een nieuwe pastorie. Naar het oordeel van het hof heeft de notaris dit niet, althans onvoldoende, gedaan. Zou hij dat wel hebben gedaan dan zou klager melding hebben kunnen maken van de aan hem gedane toezegging. De notaris had vervolgens zijn medewerking aan de voorgenomen verkoop in heroverweging kunnen nemen. De kamer van toezicht acht de klacht gegrond en legt de maatregel van berisping op. Het hof verwerpt het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen