Hof Amsterdam 10 februari 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AO3391

Ter terechtzitting in hoger beroep is herhaaldelijk gebleken dat verdachte, macrobiotisch adviseur/deskundige, zich op geen enkele wijze verantwoordelijk acht voor de wijze waarop K., die aan baarmoederhals-kanker leed, met zijn macrobiotische adviezen is omgegaan, ook niet toen hij een verslechtering van haar gezondheidstoestand constateerde. In de onderhavige zaak had verdachte er vanuit zijn bijzondere zorgplicht bij voortduring voor dienen te waken dat hij een bij K. levende angst voor regulier medisch ingrijpen niet zou aanwakkeren en had hij tegenover haar heel duidelijk moeten zijn over de beperkingen van de macrobiotiek en de noodzaak om ook de mogelijkheden die de reguliere geneeskunde biedt, te benutten. Dat de verdachte dit heeft nagelaten, rekent het hof hem zwaar aan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen