Hof Amsterdam 2 oktober 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AM5328
Nu de kennisgeving van niet verdere vervolging betrekking heeft gehad op dezelfde strafbare feiten als waarop het beklag is gegrond, brengt het voorgaande mee dat ten aanzien van Brink ter zake van deze feiten niet (opnieuw) tot vervolging kan worden overgegaan. Op voorhand hebben klagers hier tegen in gebracht dat de officier van justitie (..) bij klagers de verwachting heeft gewekt dat zij voldoende tijd en gelegenheid zouden krijgen een rechtsgeldige klacht ex artikel 12 Sv. in te dienen alvorens B. een kennisgeving niet verdere vervolging zou worden betekend. Klagers waren immers nog in afwachting van een nadere motivering van de sepotbeslissing van de officier van justitie, toen zij zonder aankondiging van enig voornemen daartoe werden geconfronteerd met het bericht van de (betekening van de) kennisgeving van niet verdere vervolging. In de tweede plaats hebben klagers (..) gewezen op de wetswijziging van onder meer artikel 12L Sv., waarin is bepaald dat beklag kan worden gedaan binnen drie maanden nadat de belanghebbende met de kennisgeving van niet verdere vervolging bekend is geraakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl