Hof Amsterdam 4 juni 2003, ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9395
00/01652 - 4/6/03 - 3e MK Toepassing van de regeling tegemoetkoming buitenlandse bronbelasting voor fiscale b.i.'s (art. 28, lid 1, onderdeel b, Wet Vpb jo. art. 6 BBI). 1. Er is sprake van een met het EG-recht strijdige belemmering van het vrije kapitaalverkeer met Duitsland en Portugal voor zover voor de berekening van de tegemoetkoming de bron-heffing op dividenden uit Duitsland en/of uit Portugal niet in aanmerking wordt genomen. 2. Voorts is sprake van een verboden belemmering voor zover de tegemoetkoming wordt verlaagd naarmate de b.i. aandeelhouders heeft die niet in Nederland, maar wel binnen de EU woonachtig of gevestigd zijn. 3. Ten slotte is de regeling in strijd met artikel 1 van de BRK en met de non-discriminatie-artikelen van de verdragen met de Verenigde Staten en Zwitserland, omdat ook een verlaging van de tegemoetkoming plaatsvindt naarmate de b.i. aandeelhouders heeft die in die landen woonachtig of gevestigd zijn. Het Hof neemt de verboden belemmeringen/discriminatie weg door de Duitse en Portugese bronbelasting alsnog in aanmerking te nemen en door de tegemoetkoming te berekenen als waren alle aandeelhouders in Nederland woonachtig of gevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl