Hof Amsterdam 5 maart 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AN9463
De inspecteur heeft onweersproken gesteld dat in casu niet is voldaan aan een ingevolge artikel 81, lid 1, UCDW voor toepassing van de algemene tariefpreferenties geldende voorwaarde, te weten dat de goederen in de zin van artikel 78 UCDW rechtstreeks naar de Gemeenschap zijn vervoerd. Reeds daarop stuit het beroep op toepassing van het preferentieel tarief af. Tegenover de gemotiveerde betwisting door de inspecteur heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat de door haar aangegeven en door de ambtenaren conform bevonden douanewaarde van de goederen betrekking heeft op een grotere hoeveelheid goederen dan door haar op de aangifte is vermeld. Evenmin heeft zij aannemelijk gemaakt dat de onderhavige goederen ten tijde van de aanvaarding van de aangifte een mindere kwaliteit hadden dan tussen verkoper en koper was overeengekomen, en dat deze omstandigheid aanleiding was de nadere factuur op te maken. Het Hof ziet dan ook geen aanleiding de douanewaarde van de goederen op een lager bedrag vast te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl