Hof Amsterdam 2 december 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2769
Voortzetting van HR 12 april 2002, nr. 34.162, BNB 2002/228. Belanghebbende heeft geen accijnsgoederen voorhanden gehad. Belanghebbende erkent dat zij alcohol, water en essences heeft gemengd en dat zo jenever ontstond. Daarmee heeft zij een accijnsgoed vervaardigd. Belanghebbende heeft niet de vereiste aangifte gedaan en niet doen blijken dat de naheffingsaanslag, voor zover deze betrekking heeft op de vervaardiging van accijnsgoederen, onjuist is. De inspecteur heeft redelijkerwijs tot de opvatting kunnen komen dat hij niet aannemelijk kan maken dat E en F, anders dan belanghebbende, meer werkzaamheden hebben verricht dan hulpwerkzaamheden. Met het tot nihil verminderen van de aan E en F opgelegde naheffingsaanslagen de inspecteur heeft niet gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel of met het verbod van willekeur.
De uitspraak op rechtspraak.nl