Hof Amsterdam 17 oktober 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE9149

Lijfrenten die vallen onder het IB-regime van voor de Brede Herwaardering (oude regime) zijn op grond van het doel en de strekking van artikel 32, eerste lid, onderdeel 5 van de Sucessiewet niet vrijgesteld, ook indien ze voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 45, eerste lid, onderdeel g van de Wet IB. Uit de huwelijkse voorwaarden volgt dat de helft van de premies terzake van de levensverzekeringen door de echtgenote zijn opgeofferd, zodat 50% en niet 100% van de premies in aftrek kunnen worden gebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen