Hof Amsterdam 29 mei 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6636

Op 10 november 2000 verstrekt de inspecteur een verklaring in de zin van artikel 3d, tweede lid, van de ZFW. Belanghebbende doet op 27 februari 2001 een aanvraag voor toepassing van artikel 3d, eerste lid ZFW het gemiddelde van zijn inkomens over twee jaren in de basisreferteperiode in aanmerking te nemen. De inspecteur neemt de aanvraag van belanghebbende niet in behandeling daar het verzoek niet is gedaan binnen zes weken. Hierbij vermeldt de inspecteur dat het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten een voor bezwaar vatbare beschikking is. Het Hof oordeelt dat de het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Derhalve dient volgens het Hof de aanvraag van 27 september 2001 aangemerkt te worden als een bezwaarschrift tegen de verklaring van 27 april 2001. Het besluit van de inspecteur om de ‘aanvraag’ buiten behandeling te laten bevat dan de uitspraak op het bezwaar. Deze uitspraak moet geacht worden in te houden dat het bezwaar van belanghebbende wegens termijnoverschrijding niet wordt ontvangen. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende niet tijdig in bezwaar is gekomen en verklaard derhalve het beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen