Hof Amsterdam 10 december 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AO1702
Naar het oordeel van de Tariefcommissie moet het bepaalde in artikel 295, lid 2, UCDW zo worden gelezen dat resten en afvallen, ongeacht de bestemming van het hoofdproduct, geacht worden hun bestemming te hebben gevolgd. In zoverre zijn over deze resten en afvallen ten onrechte de douanerechten geheven. Met betrekking tot de afgekeurde stroppen is de Tariefcommissie met de inspecteur van oordeel dat deze niet als resten en afvallen aangemerkt kunnen worden. Nu deze goederen niet de voorgeschreven bestemming hebben gevolgd, maar ter vernietiging zijn verkocht, zijn over deze materialen de rechten verschuldigd. De inspecteur heeft echter verzuimd om aan te geven welk bedrag in redelijkheid is toe te rekenen aan de afgekeurde stroppen; hierin voorziet de Tariefcommissie zelf.
De uitspraak op rechtspraak.nl