Hof Amsterdam 27 december 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AN8896

In de rapporten van het Laboratorium met betrekking tot de producten dupatissier amaretto, dupatissier kaneel en dupatissier tribeau wordt aangegeven dat deze goederen slechts in verdunde staat als drank kunnen worden genuttigd. Daaruit leidt de Tariefcommissie af dat dit niet geldt voor deze goederen in de - voor indeling in het tarief relevante - onverdunde staat. De producten bevatten voldoende alcohol en aromatische stoffen om te voldoen aan de daarvoor in post 3302 10 10 gestelde eisen. Met toepassing van indelingsregel 1 dienen deze producten onder deze post te worden ingedeeld. Op grond hiervan maakt de Tariefcommissie de intrekking van de op deze producten betrekking hebbende BTI's ongedaan. Met betrekking tot het product dupatissier alcoholsiroop overweegt de Tariefcommissie dat belanghebbende ervan op de hoogte moet zijn geweest dat het product geen aromatische stoffen bevat. Door daarvan geen melding te maken aan de douane en voorts toch te suggereren dat indeling onder post 3302 zou moeten volgen, heeft zij naar het oordeel van de Tariefcommissie onvolledige, onjuiste gegevens met betrekking tot het product verstrekt. Het meezenden van een monster ontslaat belanghebbende niet van de plicht een zo helder mogelijke omschrijving van het product aan de douaneautoriteiten te verschaffen. In navolging van het advies van het Laboratorium dient het product onder post 2106 90 98 van het GDT te worden ingedeeld. De inspecteur heeft terecht de BTI met betrekking tot dit product ingetrokken, zodat de bestreden beschikking in zoverre moet worden gehandhaafd, aldus de Tariefcommissie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen